![]() |
|
"Gedenkt uw leiders, die u het eerst het woord
van God verkondigd hebben. Haalt u weer hun leven en de afloop van hun leven voor de geest; neemt een voorbeeld aan hun geloof. Jezus Christus is dezelfde: gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid." (Hebreeën 13, 7-8) I Wie is Sint-Odulphus ? Geboren in Verrebest Odulphus werd omstreeks 775 uit een Frankisch geslacht geboren op de boerderij die zijn vader Bodgesus in de achtste eeuw gebouwd had. De naam van zijn moeder staat nergens vermeld. Deze boerderij stond in Verrebest (ongeveer overeenkomend met het huidige oude centrum van Best), een gehuchtje bij Oirschot. Deze Odulphus zou uitgroeien tot de eerste Nederlandse heilige van eigen bodem: Sint-Odulphus. Uniek is dat de naar hem genoemde kerk op zijn geboortegrond staat. Naar Oirschot Over de jeugd van Odulphus is weinig bekend. Hij werd priester en wilde, zo zegt een oude overlevering, kloosterling worden. Odulphus' ouders verzetten zich tegen dit laatste. Hij vertrok vanuit Best naar Oirschot, waar hij zijn priesteropleiding heeft gehad. Daarna is hij op dringend verzoek van zijn ouders nog enige tijd in Oirschot gebleven. Hij maakte daarbij deel uit van het college van priesters dat de zielzorg in Oirschot (en de verre omgeving - Best incluis) waarnam. Daarom wordt hij ook pastoor van Oirschot genoemd. Naar Utrecht en Friesland Later is Odulphus toch in het klooster gegaan, bij de kanunniken van Utrecht. Hij viel daar op door zijn heilig leven en ijver en werd overste van het klooster. In opdracht van Fredericus, de bisschop van Utrecht, onder wiens bisdom ook de Friezen vielen, ging Odulphus zich als missionaris toeleggen op de bekering van de Friezen die destijds slechts ten dele christelijk waren en allen in meer of mindere mate heidense gebruiken praktiseerden (Germaanse goden- en voorouderverering, et cetera). Ook is hij in die tijd bijna 10 jaar plaatsvervanger van bisschop Fredericus geweest. Op hoge leeftijd kwam hij terug naar Utrecht. Odulphus stierf daar in 865, ongeveer negentig jaar oud. Hij werd begraven in de Sint-Victorkapel bij de (nu niet meer bestaande) Sint-Salvatorkerk in Utrecht. Later werd zijn lichaam in de laatstgenoemde kerk bijgezet. De dag van zijn overlijden zou 12 juni geweest zijn. Op die dag viert de Kerk thans het feest van Sint-Odulphus. De sterfdag op aarde is immers de geboortedag in de hemel. Verering Omdat de eerste hagiografieën (= beschrijvingen van heiligenlevens) van Odulphus uit ongeveer de eerste helft van de tiende eeuw dateren, zal de verering van Odulphus vermoedelijk omstreeks diezelfde periode in Utrecht begonnen zijn. Sint-Odulphus wordt als heilige genoemd in een martyrologium (= boek waarin de herdenkingsdata en geschiedenissen van martelaren en andere heiligen staan opgetekend) van de Mariakerk te Utrecht uit de 12e eeuw. Ook komt hij voor in oude handschriften, in kerken en kathedralen te Brussel, te Trier (Sint-Martinusklooster), te Luik (Sint-Laurentiusklooster) en te Atrecht (de kathedraal). Relikwie Sint-Odulphus' lichaam is later opgegraven, omstreeks het jaar 1600, door Sasbout Vosmeer, toen apostolisch vicaris van Utrecht en bisschop. In het jaar 1620 kreeg Best een relikwie van Sint-Odulphus, een vingerkootje van het opgegraven skelet. De toenmalige pastoor van Best, Willem Heerbeeck, liet een zilveren handje maken als reliekschrijn. Sinds 1620 wordt in Best die relikwie elk jaar vereerd. Deze relikwie bevindt zich in de kerk achter glas in het voormalige tabernakel van het Odulphusaltaar. Het Odulphusfeest wordt ieder jaar gevierd met een processie door het dorp waarbij deze relikwie wordt meegedragen. Parochie en dorp eren zo hun patroonheilige. II De appels van Sint-Odulphus Sint-Odulphus wordt meestal afgebeeld met een appel of enkele appels. Waar komt dit symbool vandaan? Het ene verhaal is, dat Odulphus tijdens zijn verblijf bij de kanunniken in Utrecht als kloosterling leerde te volharden in stilzwijgen. Daarvoor werd hij eens - zo vertelt ons de legende - beloond met een appel. Die is later zijn attribuut geworden als symbool voor gehoorzaamheid. Een ander verhaal over de herkomst, te lezen in een ambtelijk rapport van 1840, is de legende waarin staat dat hij deze tijdens zijn schooljaren van een engel gekregen heeft. III De Sint-Odulphuskerken en de Sint-Odulphusparochie De huidige Sint-Odulphuskerk is het derde Godshuis op deze plaats. Het eerste kerkgebouw ontstond door de verbouwing van het geboortehuis van Sint-Odulphus tot een houten kapel, toen hij als een heilige werd vereerd. Het zou ongeveer duizend jaar geleden kunnen zijn. In 1437 werd deze kapel vervangen door een stenen bouwwerkje. Op 7 december 1553 werd de zelfstandige parochie van Best gesticht, met Sint-Odulphus als patroonheilige en Jan van Esch (of: Van Essche) als eerste pastoor. Toen werd deze 15e-eeuwse kerk parochiekerk. Omdat de kerk in de loop van honderden jaren sterk in verval was geraakt en bovendien te klein was geworden voor het aantal parochianen, maakte de 80-jarige pastoor-deken Henricus Zomers plannen voor een nieuwe kerk, de derde kerk dus. Hij schreef daaromtrent in 1876 een brief aan bisschop Zwijsen (deken Zomers' directe voorganger als pastoor van Best). Nog geen drie weken later werd architect Karl Weber (1820-1908) benoemd. In de door hem ontworpen kerk bevindt u zich nu. Deze werd ingewijd op 23 oktober 1882 door Mgr. Godschalk, bisschop van 's-Hertogenbosch. De contouren van de middeleeuwse kerk kunt u nog zien op het huidige kerkplein. Daarop staat ook het ruim 100 jaar oude Odulphusbeeld. "Sint-Odulphus, priester van de Heer, heeft als een brandende lamp aan zijn volk het heilzame licht van het evangelie geschonken." Naar deze woorden uit de liturgie van 12 juni willen wij als parochie een brandende lamp zijn en het licht van het evangelie, Gods Blijde Boodschap, verder uitdragen en voorleven. Moge Sint-Odulphus hierin onze voorspreker zijn. In 1498 werd ze priorin van 't klooster 'De Besloten Hof', toen ze al veertig jaar zuster was. Ze was slechts zeven jaar overste, want op 14 oktober 1505 is ze gestorven. In de zeven jaar als priorin heeft ze diverse hervormingen doorgevoerd. Er waren standsverschillen onder de zusters gegroeid naar gelang hun afkomst en rijkdom. Daardoor werden sommige kloosterlingen juffrouwen genoemd en andere waren gewoon zusters. Liesbeth schafte de titel 'juffrouw' af en schakelde alle zusters gelijk in de gemeenschap. Ook liet ze een nieuwe kapel bouwen, die ze echter zelf niet meer gereed heeft gezien. Er is een oude legende omtrent haar dood, die zegt, dat er een witte duif door het venster van haar ziekenkamer vloog, toen ze stierf. Op haar sterfbed vroeg ze aan haar medezusters, om haar lichaam te begraven recht voor de koortrap in 't klooster, zodat iedereen over haar kon lopen, haar met voeten treden. In de loop van de tijd is haar graf verdwenen, maar de originele grafsteen van Liesbeth uit 1505 is gebleven. Hij staat plechtig opgesteld in mijn kerkportaal onder de toren. Daarnaast hangt een foto van 'n zeventiende eeuws schilderij van Liesbeth van Best, waarvan 't origineel hangt in de abdij van Tongerloo. Liesbeth heeft op het schilderij de brandende lamp van de wijze maagden in de hand en de witte duif uit de legende is ook afgebeeld. Op de grafsteen staat: "Hier leet begrav'n suster Lijsbet van Best priorinne des cloesters. Sij sterf int jaer Vc en vive XIIII daege in Octobri". Er bestaan weinig kerken in Nederland, die zulk 'n oude grafsteen bezitten en zeker niet een, die van 'n heilige vrouw was, ook al staat ze niet op de officiële heiligenkalender. Voordat de grafsteen in mijn portaal werd opgesteld, is ie altijd bewaard gebleven in 't klooster De Besloten Hof in Herentals. De steen is een tastbare blijvende herinnering aan een vrouw, in Best geboren en getogen, die 'n belangrijke figuur was in haar tijd, die bij voorbeeld ook de tijd was van Jeroen Bosch, Michelangelo en Rafael. Er is nog een brief bewaard gebleven uit 1498, die haar broer Jan van Best schreef aan Liesbeth. Hij schrijft, dat hij met zijn vrouw Yken naar Harderwijk is geweest, waar zijn zuster Goelken in 't klooster was. Hij had haar in twintig jaar niet meer gezien. Goelken was zeer blij met de komst van haar broer. Jan belooft, dat hij nu "Sijn lieve suster" Lijsbeth hoopt te bezoeken in de zomer van 1499. |